Hier vind je de handleiding voor de inleidende les rond wetenschap.
Verloop
Wat is wetenschap?
Werkbundel: pagina 1
In deze eerste lesfase bouw je samen met de leerlingen een conceptmap op. Een conceptmap start vanuit een mindmap. Je bouwt deze best samen op aan het bord.
Vraag leerlingen wat ze al weten over het woord en speel actief in op hun antwoorden om zo maximaal hun voorkennis te activeren. Stel open vragen en verwacht volle zinnen.
Groepeer de antwoorden van de leerlingen in clusters. Geef iedere cluster een titel. Kijk of er tussen en binnen de clusters ook relaties te trekken zijn. Visualiseer deze aan het bord.
Laat de leerlingen de klasmindmap overnemen in de bundel.
Hieronder een uitgebreide versie ter inspiratie.
Klik op de rechtermuisknop en 'afbeelding openen in nieuw tabblad' om in te zoomen.
Waarom doen we aan wetenschap?
Werkbundel: pagina 2
Vraag eerst aan de leerlingen waarom onderzoekers aan wetenschap doen. In de bundel staan er enkele redenen waarom mensen aan wetenschap doen. De leerlingen moeten de redenen plaatsen bij de verschillende krantenkoppen.
Uiteindelijk zal er een reden overblijven. Deze reden ‘Experimenteren is leuk’ zullen we aan de hand van de verdere onderzoek- en ontwerpkoffers bewijzen.
Hoe doen we aan wetenschap?
Werkbundel: pagina 3
Verwijs naar de mindmap om de grote wetenschapsgroepen aan te halen. Bespreek samen met de leerlingen de verschillende wetenschapsgroepen.
De STEM-boxen behandelen het concept STEM. Laat leerlingen opzoeken wat de termen betekenen en wat de Nederlandse vertaling kan zijn.
Om aan wetenschap te doen gaan we sterk leunen op de zintuigen. Zintuigelijke waarnemingen zijn cruciaal om veranderingen te ontdekken. Hanteer de verschillende zintuigen ook al leidraad doorheen de STEM-boxen. De onderzoekskoffers van de STEM-boxen zullen correcte zintuigelijke waarnemingen vereisen.
Hoe doen we aan wetenschap?
Werkbundel: pagina 4 (deel 1)
Bouw samen met de leerlingen de verschillende stappen van goed wetenschappelijk onderzoek op. Leg iedere stap voldoende uit.
Tip: Heb aandacht voor de term hypothese. Een hypothese is een veronderstelling van de uitkomst van het onderzoek, nog voor het eigenlijke onderzoek is uitgevoerd.
Aan de slag met het pretpark
Werkbundel: pagina 4 (deel 2) en pagina 5
Prikkel de leerling met de videobeelden. (deze zijn nog in ontwikkeling)
Laat hen het thema ontdekken en centraal benoemen.
Bouw samen een klas-mindmap op.
- Verzamel de voorkennis
- Heb aandacht voor het STEM-aspect van de attracties. Stel richtvragen die beginnen met hoe en waarom.
- Cluster de voorkennis
- Geef titels aan de voorkennis
- Zoek relaties tussen de verschillende clusters
Tip: met post-its kun je vlot alles herschikken en verzamelen.
Overloop met de leerlingen de verschillende vraagwoorden. Deze vraagwoorden zullen de leerlingen nodig hebben om goede vragen te kunnen stellen. Leg indien nodig nogmaals uit wat de vraagwoorden willen bevragen.
Hierna stellen de leerlingen elk twee vragen. Om de correctheid van hun vragen te controleren, moeten ze de controlelijst bij de hand houden.
Tip: een kladblad kan dit proces ten goede komen.
De leerlingen bekeken enkele attracties met de VR-bril. Ze moeten een vraag stellen over een attractie die ze zelf willen en kunnen beantwoorden.
Tip: om het proces nog gerichter te maken, kan je de leerlingen vragen om ook een woord uit de klas-mindmap te gebruiken. Dit zal de focus van de vragen ten goede komen.